Grijze hemden

Grijze hemden

Enige dagen geleden zond Kees Uitenbroek van de PTB mij het onderstaande verhaal toe. Hij had het verhaal op zijn beurt rechtstreeks ontvangen van de schrijfster zelf, Joke Docter. Ik neem aan dat ze lid is van de PTB, of op z’n minst sympathisante is, want ik ken haar verder niet.

Ze heeft haar verhaal ‘Grijze hemden’ genoemd. Persoonlijk zou ik het ‘Bruine hemden’ hebben genoemd omdat dat iets duidelijker is, maar goed, ook grijze hemden worden geassocieerd met fascistische organisaties en regimes. Hieronder dus het verhaal van Joke Docter:

GRIJZE HEMDEN

Dacht u ook dat u in een democratisch land woonde?

Dacht u ook dat discriminatie in dit land verboden was?

Dacht u ook dat haat zaaien niet was toegestaan?

Ik dacht dat ook altijd.

In Nederland mag je over niemand kwaad spreken, alleen rokers zijn nu vogelvrij. Daar mag je tegen schelden, die mag je vernederen, je mag ze ook alles verbieden en afnemen. Zoals hun levensvreugde, hun gezelligheid. Zo werden voor veel ouderen al een tijdje geleden hun bingo-avondjes verpest. Ook de bruine dorps- en buurtcaféé’s: weg ermee. Mensen die hun leven lang zich rot hebben gewerkt en nu het geld hebben om eens lekker in een goed restaurant uit eten te gaan, of gewoon gezellig ergens een kop koffie of een drankje te drinken: weg ermee en vooral bek houden. Rokers niet gewenst. Je mag uitgaan maar dan wel vreugdeloos, zonder sigaret. Dus zonder gezelligheid.

Waarom kan hier nou niet gewoon over gepraat worden? Waarom kan het niet gewoon allebei? Rokers en niet-rokers, waarom zou er niet voor beiden ruimte zijn? Waarom wordt er zo met mensen omgegaan? Waarom wordt roken zo gecriminaliseerd? Zo veel verdriet, om zoveel afgenomen simpel genoegen…

Mijn hele leven heb ik nog geen vlieg kwaad gedaan. Maar ik werd laatst wel in een restaurant uitgescholden voor asociaal, terwijl mijn man en ik notabene in de rokersafdeling zaten. Ik had die dag iets naars meegemaakt en toen dit gebeurde kon ik alleen nog maar huilen. Dit soort mensen rust niet voor de laatste roker is uitgeroeid. Zo grof, zo ongevoelig, pure kampbewaardersmentaliteit.

Je hebt drie soorten niet-rokers. De beschaafdste zijn degenen die een ander in zijn waarde laten en gewoon hun gang laten gaan. Dan heb je fanatiekelingen die als ze maar het geritsel van een pakje sigaretten horen al demonstratief beginnen te hoesten of meteen beginnen te schelden. En dan de gevaarlijkste categorie: over het algemeen mensen die niets voorstellen maar in hun anti-rookgedrag eindelijk de kans hebben om macht uit te oefenen.

Het ergst zijn vaak nog degenen die zelf gestopt zijn met roken, die gunnen de tevreden rokers gewoon het licht in de ogen niet. Waarom deze massieve onverdraagzaamheid? Waarom geen caféé’s en restaurants voor rokers en voor niet-rokers? Waarom laten we het niet aan de bedrijven zelf over? De Arbowet wordt misbruikt om mensen onnodig te betuttelen. Je gaat toch ook niet bij een dierenarts werken als je allergisch bent voor katten? Dit land zoekt alleen maar een zondebok voor alle frustraties van tegenwoordig. Dat komt in de wereld wel vaker voor. Er zijn in de geschiedenis zondebokken genoeg geweest. En kampbewaarders, om ze te onderdrukken. Nu zijn het de rokers die het moeten ontgelden…

O ja, jullie zoeken een oplossing voor Den Haag. Wat dacht je hiervan: houd gewoon de strandpaviljoens in de winter open. Met een goede verwarming kunnen de terrassen het hele jaar door dienen als gezellige vrijplaats voor rokers. De exploitanten willen al jaren ‘s winters open blijven – geef ze eindelijk hun zin en red de rokers!

Joke Docter

Jij ook?

Reageren is niet mogelijk.